RSS   -    Meewerken?
   
 
GP Singapore
 Interview met Jan Heylen
Op 20 december interviewde F1-Club Jan Heylen, die geboren is op 1 mei 1980 in Geel. Vorig seizoen won deze talentvolle Belg de nieuwe Renault Mégane Cup.

Laten we beginnen bij het begin. Je bent net zoals velen begonnen als een karter. Was het zo dat je direct gepassioneerd werd door het racen?
“Ja, ik was daar vrij snel mee weg. Het is allemaal begonnen op mijn elfde of twaalfde verjaardag, toen ik zelf een kart kreeg. Ik heb dat te danken aan een vriend die zelf ook een kart had, en na lang ‘zagen’ heb ik dan ook één gekregen. Ik heb toen eerst een jaar met mijn pa wat in Genk gereden en op mijn dertiende vond mijn eerste wedstrijd plaats. Ik reed toen tot mijn vijftiende in een team, maar nog steeds werd alles samen met mijn vader gedaan. Toen ik 15 was, heb ik mijn eerste fabriekscontract getekend om voor Pol Lemmens te rijden. Ik heb tot mijn negentien jaar bij hem gereden en ik ben de hele wereld rondgereisd. Dat is dan ook mijn beste levenservaring.”

Is karten echt nodig als basis voor de autosport?
“Karting en autosport hebben in feite niets met elkaar te maken. Je ziet wel dat de jongens die vooraan rijden in de karting, ook vooraan rijden in de autosport. Qua techniek heeft het met elkaar ook niet zoveel te maken, maar het zorgt toch voor een zekere ervaring. Je krijgt wat race-ervaring en wedstrijdinzicht. Uiteindelijk leer je er toch heel veel mee, zoals het omgaan met het team, wat heel belangrijk is. In de autosport doe je niets alleen, het team moet achter je staan, en dat is iets wat je in de karting leert.”

Wat is de eigenlijke reden dat je begonnen bent met racen? Zit het in de familie?
“Mijn pa heeft op zijn achttiende wel rally gereden, maar dat was maar voor twee jaar. Hij heeft zich altijd in de autosport geïnteresseerd, en de F1 en rally gevolgd, maar we hadden geen piloot in de familie. Het is feite door mijn beste vriend die al een kart had. Ik ben daar een paar keer mee weggeweest en toen was ik zelf vertrokken.”

Je hebt acht jaar gekart. Was dat een bewuste keuze tot het afwachten van het juiste moment?
“Het was geen bewuste keuze, maar eerder geluk. De dag dat Pol Lemmens naar mij kwam met dat contract en de vraag of ik voor hem wilde rijden, was het juiste moment. Zonder hem hadden we niet verder geraakt, want bij mij thuis hadden we niet de middelen om het Europees- en Wereldkampioenschap te doen. Ik werd toen al vanaf van vijftiende betaald om te racen, en opeens besef je dat je een stap hoger moet gaan, naar de autosport. Maar het is natuurlijk niet zo eenvoudig als de middelen er niet zijn. Toen heeft Pol Lemmens me opnieuw goed geholpen om die eerste stappen te kunnen zetten in de autosport. We kenden in feite wat problemen met het chassis van de kart, en op dat moment hebben we besloten om iets anders te gaan doen.”

Had je veel steun van thuis uit?
“Ja, die steunen me nu nog steeds, maar ik heb al op een zeventiende leeftijd gezegd dat ik het alleen ging doen, dat ze zich geen zorgen meer zouden moeten maken of ergens moeten voor opdraaien. Ik vind het ook plezant dat dit zo gebeurd is.”

Kan je in jouw situatie leven van de autosport?
“Ja dat moet wel.”

Maar als je onze landgenoot Bas Leinders bekijkt, die moet bijvoorbeeld zijn huis huren…
“Dat zijn dingen die ik niet zo goed begrijp, maar wie ben ik om daarover te praten? Ik moet er heel hard voor werken, maar tot nu toe lukt het allemaal goed. Als er mij morgen iemand opbelt en zegt dat ik ergens kan rijden, maar ik zie niet in dat ik daar iets mee kan doen, dan zal ik ook niet rijden. Ik moet ook elke maand mijn rekeningen betalen, maar voor alles wat ik doe, word ik betaald. Dat gaat uiteraard ook niet vanzelf, je moet er zelf aan werken.”

Dus contacten hebben in die wereld zijn heel belangrijk?
“Ja, contacten zijn alles. Dat is zeker al 80% van mijn job. De tijd dat je in de wagen zit, is puur genieten, maar minstens 80% van je tijd ben je beter met andere dingen. Ik train ook twee keer per dag, dan komen er ook nog sponsoren bij kijken. Nu zijn we volop bezig met volgend seizoen en als je dan kijkt hoelang je maar in de wagen zit, is dat bitter weinig. Mij hoor je echter niet klagen. Ik heb dit seizoen vrij veel gereden en alles loopt momenteel goed. Nu zal ik, met de kerstdagen, hopelijk eens één à twee weken niet naar het buitenland moeten.”

In 2000 maakte je de overstap naar de Britse Formule Ford, de winter series. Hoe ervaarde je dat?
“Ik wist niet precies wat er ging gebeuren. Er was enkel sprake van Formule Ford, er waren toen ook nog niet zoveel klasses, maar ik wist niet hoe alles in elkaar zat. Er werd mij gezegd dat ik naar Engeland moest als ik verder wilde. Wij hebben toen een aantal telefoontjes gepleegd en een tweetal maanden later was ik daar al de winter series aan het rijden. Alles was echt heel moeilijk, want we hadden noch de middelen, noch de contacten om zoiets te doen. Toen kostte die deelname 500.000 à 900.000 BEF (12.400 à 22.300 euro) en als je dat vergelijkt met wat we nu bezig zijn, dan is dat maar een peulenschil, en toch kregen we dat bedrag niet bij elkaar. Uiteindelijk is dat toch gelukt en zo heb ik mijn eerste twee jaar in Engeland kunnen doorbrengen.”

Je behaalde jouw eerste overwinning in 2001. Helaas bleef het toen slecht bij 1 zege. Je eindigde dat seizoen als 12e, was je zelf tevreden met deze klassering?
“Ik denk dat het veel beter was dan iemand had verwacht. Het is die overwinning die mij verder geholpen heeft. Ik was toen eerste piloot in vier of vijf jaar die nog eens een wedstrijd wist te winnen bij een privéteam, en dat was zeker niet niets. Het kampioenschap werd namelijk gestreden tussen de drie topteams. Ik denk dat ik wel voldaan heb aan de verwachtingen.”

2002 was feitelijk een superjaar. Je werd tweede in de Britse Formule Ford, je won het Formule Ford Festival en je werd uitgeroepen tot belofte van het jaar door de RACB. Mercedes zag iets in jou, hoe heb je dat ervaren?
“Dat was fantastisch. Zoiets maak je natuurlijk niet dikwijls mee in je carrière. Alles is heel goed verlopen. Het begin verliep wat moeilijk, maar dat was dan ook meer politiek dan sport. In de tweede helft van het seizoen heb ik alle wedstrijden gewonnen. Die titel is de mooiste overwinning die ik tot nu toe behaald heb in de autosport.”

Er was eerst sprake van een vierjarig contract, maar van jouw kant uit luidde het steeds als een tweejarig contract. Hoe zat de vork in de steel?
“Het is altijd een tweejarig contract geweest met een optie voor nog twee jaar. Ik denk ook dat het daar wat verkeerd gegaan is voor mij, daar zit ik nog dikwijls aan te denken. We hadden echt alles om een superjaar te hebben, samen met Mercedes en de sponsors die we hadden. Alles viel op zijn pootjes, behalve het feit dat we bij Kolles (nu Midland teambaas, red.) zaten. Mercedes had eerst 25 piloten geselecteerd die mochten testen. Toen bleven er nog zes of zeven over en daarna werden de twee stoeltjes toegewezen. Ik kwam pas in contact met Mercedes en Kolles toen de zitjes al bezet waren. Ze hebben toen, aan de hand van mijn resultaten, gezegd dat ik bij hen mocht rijden, en ze stuurden iemand anders naar huis. Dat gebeurde allemaal zonder ook maar één test, zonder echt gepraat te hebben. Op 14 dagen was dat contract getekend. Tot daar zat alles heel goed mee. Maar tussen het begin van het seizoen met de wintertest en de eerste race, hadden we zeker al zes verschillende mecaniciens gehad. Er was gewoon niemand die kon samenwerken met Kolles. Dat is een man die heel gepassioneerd is, maar geen ervaring heeft in de autosport. Nu is het zijn vijfde jaar in de autosport en toen (in 2002) had hij echt geen idee van wat er nodig was om een team te laten functioneren. Dat was natuurlijk heel spijtig, want financieel waren wij waarschijnlijk het beste team. Er was gewoon geen structuur en op dit niveau is dat echt wel noodzakelijk. Op het einde wist niemand nog waar we mee bezig waren qua set-up en dergelijke. Dit heeft de relatie met Mercedes kapot gemaakt, maar het was uiteindelijk wel deels hun verantwoordelijkheid, want zij hadden tenslotte het team uitgekozen. In het begin zei men natuurlijk dat het aan de piloten lag, omdat we uit de Formule Ford kwamen en niet de juiste rijstijl hadden. Dat was een verhaal zonder einde waar maar weinig tegen in te brengen was. En dan hebben we besloten om, drie wedstrijden van het einde, ermee te stoppen. We reden tussen de 15e en de 20e plaats en er was geen verbetering in het vooruitzicht. Mercedes heeft toen Jamie Green erbij gehaald, die op dat moment eerste stond in het Britse Formule 3 kampioenschap, en die stond gemiddeld nog vier plaatsen achter ons. Toen was het voor iedereen duidelijk dat het probleem ergens anders lag. De mensen die wat dichterbij stonden beseften wel wat er aan de hand was. Mercedes liet me dan nog deelnemen aan een vijfdaagse test in Oschersleben waar een 15-tal piloten getest werden bij Mücke, het team waar Christian Klien toen heel dominant was, en ik was daarvan de snelste rijder. Dat is het jaar waar Klien carrière maakt, en het jaar daarop werd Jamie Green Europees kampioen, en dan weet je dat jij dat ook kan, maar dat je de juiste kansen niet gehad hebt. Ik denk dus wel vaker terug aan dat jaar.”

Je kon vervolgens het seizoen in de F3000 bij Astromega niet afmaken omwille van budgettaire problemen. Denk je dat je nu verder zou gestaan hebben mocht je dat seizoen wel uitgereden zou hebben?
“Er was veel meer aan de hand dan enkel budgettaire problemen. Er waren storingen tussen de sponsors en Astromega waar ik niets mee te maken had. Maar ik heb misschien wel geluk gehad dat dit werd stopgezet, want op het moment dat ik bij Astromega tekende, was ik niet voldoende geïnformeerd. Ik dacht dat het nog steeds Astromega was van vroeger, maar toen het seizoen begonnen was, kreeg ik te horen dat er, twee weken voor ik het contract tekende, beslist was om het team stop te zetten. Alle goede mensen waren dus op zoek naar een andere job, en de beste mensen waren al weg voor het seizoen begonnen was, wat natuurlijk een spijtige zaak was. Het is nooit plezant om een seizoen vroegtijdig te moeten stoppen, maar ik denk dat we de draad goed terug hebben opgenomen door terug te keren naar de Formule 3. Ik heb dat kampioenschap volledig gedomineerd, en dan beterde alles terug.”

Werd jouw terugkeer naar de F3, de Duitse Formule 3, niet gezien als een degradering door sommigen?
“Ja, een beetje wel, maar ik denk dat het heel dom zou geweest zijn van mij om niet meer te willen rijden in een klasse dat wat lager is dan de F3000. Het was een stapje lager, maar het heeft me wel goed gedaan. Het maakt uiteindelijk niet zoveel uit wat je doet, als je het maar goed doet, dat zie je ook dit jaar.”

Is er genoeg steun vanuit België om jonge talenten de mogelijkheid te geven een racecarrière op te bouwen?
“Ik denk wel dat er voldoende mogelijkheden zijn, maar je moet natuurlijk zelf wat moeite doen.”

Bas Leinders zei me vorig jaar nochtans net het tegenovergestelde…
“Ik vind dat een excuus dat de Belgen altijd gebruiken. Ik heb dat nooit gezegd en zal dat ook nooit zeggen. Ik probeer dan ook aan te tonen dat dat niet waar is. Er zijn zeker mogelijkheden, maar het zal inderdaad moeilijker zijn dan ergens anders. Maar ik geloof niet dat het niet kan.”

Bas Leinders zei ooit eens dat alles veel te traag gaat in België. Dat eens je de mensen hebt overtuigd, de kansen al aan je neus voorbij zijn gegaan. Dus jij ervaart niet eenzelfde situatie?
“Nee, het is hier niet gemakkelijk, maar het probleem is niet dat er geen mogelijkheden zijn, er zijn veel grote bedrijven in België waar iets mee kan gedaan worden, maar het probleem is eerder, voor de Formule Eén en DTM dan, dat België een te kleine afzetmarkt is voor de wagenconstructeurs. En daar kom je op een bepaald moment vast te zitten. Ik spreek nu wel over teams als McLaren en Toyota, en als die kunnen kiezen tussen een Belgische rijder met dezelfde capaciteiten als die van een Canadees of Amerikaan, dan is de keuze snel gemaakt. Maar ik ben ervan overtuigd dat de snelheid er uiteindelijk toch moet zijn. Ik spreek wel niet over Minardi of Jordan, waar je geld moet meebrengen om te rijden, maar over die topteams. Zij hebben een goede rijder nodig.”

Kan je Minardi dan niet zien als een opstapje naar die andere teams?
“Ja, zeker en vast, we zijn er ook mee bezig geweest. Je hebt die kilometers in zo’n auto zeker nodig om een zekere ervaring op te doen. En om die ervaring op te doen, waarom niet bij Minardi? Dat kan perfect, maar alleen als je uitzicht hebt op iets dat volgt. Als je nu kijkt naar Bas, hij is een jaar derde rijder geweest bij Minardi en dat is geweldig. Maar met die ervaring die je dan hebt, moet je iets kunnen doen. Niet een jaar rijden en het jaar nadien thuis zitten. Dat hebben dan ook vooropgesteld: als we zoiets doen, moeten we zeker zijn dat we het jaar daarop iets met die ervaring kunnen doen. En dat was het probleem toen wij daarmee bezig waren. We hadden niet echt de structuur om zo’n project te beginnen en we hebben dat dan ook wijselijk niet gedaan en meteen begonnen met het project voor de Champ Cars.”

Dus je kan zeggen dat Bas Leinders vanuit een bepaald opzicht een slechte planning heeft gemaakt omdat er niets meer volgde?
“Ik ga me daar niet over uitspreken, het is altijd heel moeilijk om over andere mensen te praten. Ik ben een realist en natuurlijk zou ik ook graag Formule 1 rijden en misschien komt dat nog. Ik denk dat we nu goed op weg zijn en als we zo verder doen, kan dat misschien ooit gebeuren, en laat ons hopen. Maar ik lig daar niet wakker van, nu is het vooral belangrijk dat die Champ Cars zouden lukken.”

Aangezien contacten zo belangrijk zijn, is het dan nog niet bij je opgekomen om naar Interbrew, Inbev te stappen? Dat is toch één van de grootste multinationals die België heeft?
“Wel, we zijn daar mee bezig geweest, samen met John Goossens. We hadden een heel goed contact met die man en dat was echt iemand die iets ervoor wilde doen. Er zijn heel goede gesprekken geweest en die man had ons gezegd dat ze er echt iets van gingen maken. Een aantal weken later is die dan overleden, wat echt een tegenvaller was. Daar was zeker iets van gekomen. We gaan daar nog terug naartoe gaan, maar het is niet dat we het niet geprobeerd hebben. Het blijkt wel heel moeilijk te zijn.”

Mocht je nu Champ Cars gaan rijden, dan is dat toch iets moois om aan dergelijk bedrijf voor te leggen?
“Ja, inderdaad. Gisteren hebben we nog een grote meeting gehad, en het probleem is dat we nu nog niets concreets hebben. Zodra dat er is kan ik meer zeggen en naar bedrijven toestappen. Maar zolang er niets concreets is, kan dat niet.”

Word je door veel mensen onderschat in de racewereld?
“Dat weet ik niet. Ik denk dat de mensen rond mij, en de mensen die samen met mij rijden, allemaal weten wat ik kan.”

Wat vind je van jezelf waar je kwaliteiten liggen als rijder?
“Dat is heel moeilijk om op te antwoorden. Ik heb een jaar samen gewoond en gereden met Jenson Button. Die zat in een andere klasse, maar ik heb wedstrijden gereden met Raikkonen, met Alonso. Het gaat meer over kansen krijgen dan over kwaliteiten.”


Opvallend voor veel mensen was het feit dat je heel vastberaden was bij je uitleg waarom je toch niet gekozen had voor een rol als vrijdagtester bij Minardi. Vind je jouw instelling correct nu je gewonnen hebt in de Renault Mégane Cup of had je je toch wat meer naar de F1 moeten richten?
“Ik ben er nog altijd van overtuigd dat dit het beste was dat we konden doen omdat ik weet dat we op dat moment niet de juiste structuur hadden om aan dergelijk project te beginnen. Ik heb zo’n fout gemaakt in 2003 en ik zal proberen om niet nogmaals die fout te maken. Ik ben zeker dat we daar de juiste beslissing genomen hebben.”


Je was erg dominant in de Renault Mégane Cup en uiteindelijk won je dat kampioenschap. Hoe groot was het risico om aan de start te verschijnen in een nieuw en nog redelijk ongekend kampioenschap?
“Dat is nu net één van de redenen waarom ik dat gedaan heb. Ik heb mijn eigen mensen meegenomen naar het team, waaronder ook mijn ingenieur waarmee ik al lang samenwerk en een goede relatie heb. Ik kreeg een voorstel om er te rijden, waarop ik ook mijn eisen op tafel legde, en het contract werd vrij snel getekend. Ik wist dat we een goede kans maakten om te winnen met de middelen die we hadden. We hadden de zaken ook veel beter voorbereid dan de andere teams. Er was weinig tijd op het circuit, dus als je die tijd beter kon benutten dan de anderen, dan stond je een stap verder.”

Dus het seizoen verliep volgens jouw verwachtingen, je had verwacht dat je ging winnen?
“Ja, dat was zeker de bedoeling en dat moest ook. Je moet altijd proberen te winnen. Het seizoen is verlopen zoals we het gehoopt hadden. We wisten wel dat onze motor wat minder was dan die van de concurrenten, dus het was op voorhand duidelijk dat het op motorisch vlak moeilijk ging zijn op circuits als Donington, Estoril en Monza. Ik had natuurlijk liever het seizoen afgesloten met nog vier overwinningen, maar dat was gewoon niet mogelijk met het materiaal dat we hadden. Ik denk dat we heel tevreden mogen zijn dat we aan dit kampioenschap hebben deelgenomen.”

Je deed het ook beter dan Jeffrey Van Hooydonk…
“Ja, Jeffrey is zeker een goede rijder, maar hij is er volgens mij niet aan te pas gekomen. Hij heeft op het einde van het seizoen wel een wedstrijd gewonnen, maar dat was het dan ook.”

Was er sprake van een strijd tussen jullie?
“Neen, toch zeker niet van mijn kant uit. Ik ben er om een wedstrijd te winnen, en ik zal er alles aan doen om dit te laten gebeuren.”

Je zei daarnet dat er nog steeds sprake is van Formule 1. Is er een verband tussen de F1 en Renault Mégane? Het verschil tussen beiden is toch immens groot?
“Toen er sprake was van Minardi, waren wij feitelijk al bezig met het project voor de Champ Cars. We zijn in die tussentijd zeker de Formule 1 niet uit het oog verloren, maar we hebben ons bewust toegelegd op de Champ Cars. Nu zijn we volop bezig om alles in orde te krijgen om volgend seizoen in de Champ Cars te kunnen rijden en dan zullen we later wel zien of er mogelijkheden zijn in de F1. Op dit ogenblik ben ik daar niet mee bezig.”

Je ging twee weken geleden de Champ Cars testen in Amerika. Kan je daar wat meer over vertellen?
“Na het winnen van het Formule Ford Festival was die test het beste wat ik al gedaan heb in mijn carrière. Die test is gewoon super verlopen, veel beter dan ik of iemand anders had kunnen denken. Dat is echt heel goed meegevallen. Alles was nieuw voor mij. Het was de allereerste keer in dergelijke wagen en op dat circuit. Op de dag dat ik reed, testte Junqueira bij Newman/Haas, Danielsson en ik bij Conquest, bij PKV reden Dalziel en Briscoe, en bij Rocketsports was het die jongen die de Japanse Formule Nippon gewonnen heeft, (Richard Lyons, red). Ik kwam daar aan en er wist helemaal niemand wie ik was, zelfs Eric Bachelart wist niet wie Jan Heylen was. Hij kende me wel van naam, maar hij wist helemaal niet wat hij moest verwachten. Men had heel veel verwacht van Dalziel, Briscoe en Lyons, en toen we begonnen rijden heeft Junqueira direct een snelle tijd neergezet en hij bleef de ganse dag dat tempo aanhouden, en was de hele dag snelste. Maar na Junqueira was ik de hele dag de snelste en die andere piloten zijn er in feite nooit aan te pas gekomen, tot op het laatste moment. Dat was geweldig! Vanaf de tweede run in die wagen waren de tijden zoals ze moesten zijn en we hebben dat door de dag heen blijven verbeteren. We zijn steeds twee tot drie tienden sneller geweest dan die andere rijders, tot op het laatste. Na 120 ronden was ik echt kapot, en dan reden we nog twintig ronden op een nieuwe set, net als alle andere rijders, maar ik kon mijn tijd niet meer verbeteren, terwijl zij dat wel konden, wat normaal is.”

Hoe waren de reacties daar tijdens de lunch?
“Iedereen stond versteld. Er reden maar zeven auto’s en ik was tweede snelste. Elk team had ook een man van Cosworth en die mensen komen na de lunch allemaal samen, en ik was het enige onderwerp waarover gesproken werd. Dat is dus echt heel goed meegevallen. Dat is natuurlijk wat we nodig hadden, en wat er van ons verwacht werd, maar om het dan ook nog te doen, was zeker een puike prestatie.”

Wat is er nu nog tekort om een contract te tekenen?
“We hebben nu de juiste structuur achter ons en we zijn daar al een vijftal maanden mee bezig en nu kijken we uit naar de beste mogelijkheden. We wachten momenteel op een voorstel van Eric, die heel erg veel interesse heeft, en dat op zich is al heel goed. Champ Cars is zowat de tegenhanger van de Formule 1 in Amerika, en als je denkt al aan dergelijk kampioenschap te kunnen meedoen, dan is dat heel goed natuurlijk. Er zijn twee wereldkampioenschappen en dat is er één van. We hebben nu de attentie van al de teams naar ons toegetrokken, dus als we nu ergens een kans krijgen, zal dat heel goed zijn. Eenvoudig is het echter niet. Hoe lang probeert Verstappen al om in de Champ Cars te geraken? Verstappen is een grote naam en Jan Heylen is onbekend. En Bas Leinders heeft ook al hard geprobeerd om in de Champ Cars te komen, maar ook hem is het niet gelukt. Dus als er daar al mensen interesse hebben in Jan Heylen, is dat al heel wat. Nu kijken we uit naar wat de mogelijkheden zijn.”

Maar je bent zo te horen wel vrij zeker dat je in 2006 Champ Cars gaat rijden?
“Ik rijd nu al zo lang, maar ik kan echt nog niets zeggen. Ik zeg niets als er niets is, en op dit moment is er ook nog niets. Alles ziet er goed uit, maar zolang er effectief niets getekend is, is er niets. Ik weet dat het nu nog even werken is, en dan gewoon hopen dat alles in orde komt. Ik heb er nog nooit zo goed voorgestaan als nu. Als het moet gebeuren, dan moet het nu zijn.”

Hoe ziet jouw trainingsschema eruit?
“Het wordt hoog tijd dat rijders meer erkenning krijgen. Ons werk wordt wat ondergewaardeerd. Ik train elke dag tussen de vier en zes uren. Dat is evenveel als Tom Boonen, Bart Wellens of Sven Nys. Wij doen precies hetzelfde, maar wij moeten meer doen. Kim Clijsters bijvoorbeeld, om te verbeteren gaat die tennissen. Maar als wij willen verbeteren moeten wij meer gaan lopen, meer fietsen, meer naar de fitness, … Zo plezant zijn die dingen niet, maar het is iets dat je wel elke dag moet doen. De tijd die je in de wagen doorbrengt is maar heel weinig. Voetballers, fietsers en tennissers kunnen gewoon hun sport doen om te verbeteren, en het is daardoor dat de autosport zo moeilijk is.”

Train je ook nu met de feestdagen?
“Ja, ik zal waarschijnlijk nog een test doen begin januari, dus het is keihard trainen om fit te zijn voor die test, en daarna is het trainen voor het seizoen dat komt.”

Heb je ooit al eens schrik gehad achter het stuur?
“Neen, maar als het echt heel hard regent denk ik er wel eens aan hoe gevaarlijk het is. Dat zijn de momenten waar het mis kan lopen vooraleer je het beseft.”

Wat voel je in het algemeen als je aan het racen bent? Ben je rustig of voel je je hart kloppen in je keel?
“Voor de start ben ik rustiger dan de mecaniciens en de ingenieurs. Ik heb wel zenuwen, maar ik ben niet gestrest. Ook tijdens de race ben ik rustig.”

Heb je een voorbeeld in de autosport?
“Neen, er zijn heel veel goede rijders, maar een echt voorbeeld heb ik niet.”

Geen Michael Schumacher, Ayrton Senna, …?
“Neen, ik denk dat dat vroeger zeker Senna was. Maar nu zijn er zoveel goede piloten en ze moeten er allemaal heel hard voor werken.”

Volg je de F1 actief?
“Als ik thuis ben en er is F1 op televisie, dan zal ik zeker kijken. Maar het probleem is dat ik maar heel weinig weekends thuis ben en dat ik meestal de kans niet heb om te kijken. Ik spreek wel geregeld met mensen die er geweest zijn, maar ik denk dat ik dit jaar maximum vier GP’s gezien heb. De rest heb ik allemaal moeten lezen.”

Heb je een favoriet team of rijder?
“Omdat ik nog samengewoond heb met Jenson Button vind ik het altijd wel fantastisch als hij het goed doet, maar daar blijft het bij.”

Wat was jouw meest angstaanjagende moment in een bolide?
“Neen, ik heb nog maar één keer een grote crash meegemaakt. In de Formule 3 is er in de eerste bocht iemand over mij gevlogen en met een wiel op mijn hoofd geland, maar anders heb ik gelukkig nog nooit iets ergs meegemaakt.”

Heb je bepaalde rituelen vooraleer je in een racewagen stapt?
“Neen, maar ik stap wel altijd aan de rechterkant in.”

Je hoort voetballers vaak zeggen dat ze geen leven hebben buiten de sport, is dat bij jou ook het geval?
“De enige mensen waar ik geen respect voor heb, zijn voetballers. Dat zijn geen topsporters, er zal ook nooit een voetballer ‘Sportman van België’ worden. Dat zou belachelijk zijn, moest dat ooit gebeuren. Als er (top)sporters zijn die nog een leven hebben, dan zijn het de voetballers wel. Een vriend van mij is paparazzi in Engeland en als ik hoor wat voetballers daar allemaal doen, heb je direct minder respect.”

Er zijn dit jaar ook wilde verhalen geweest over Liuzzi en Button. Ben je vroeger ook met Button op stap geweest?
“Met Button eigenlijk niet. Maar dat is gewoon wat overdreven, net zoals de verhalen over Raikkonen. Iedereen moet eens uitgaan, ik doe dat ook af en toe. Die doen dat één keer in twee of drie maanden, terwijl iemand anders elk weekend op stap gaat. De dag nadien ben je terug aan het rijden, dus geen probleem.”

Heb je nog vrije tijd voor jezelf, vrienden en familie?
“Als ik in België ben is het al een beetje vakantie voor mij. De laatste vijf maanden ben ik twintig dagen thuis geweest, dat is heel weinig. Meestal ben je dan twee dagen thuis, en er schiet maar heel weinig tijd over om nog iets anders te doen.”

Wij willen Jan nogmaals bedanken voor het interview!
Rutger Vanhee

 Zoeken: In:
Hamilton pakt zege in Singapore na start gehuld in chaos  
Lewis Hamilton heeft onverwacht de GP van Singapore gewonnen. De Brit profiteerde optimaal van een gigantische startcrash waarbij...
Lees meer
Vettel overtuigend op pole in Singapore  
Sebastian Vettel heeft de pole positie behaald voor de Grote Prijs van Singapore. De Duitser toonde zich ruim...
Lees meer
Verstappen houdt Vettel af in VT3, Vandoorne vijfde  
Max Verstappen heeft de snelste tijd in de derde vrije training op zijn naam geschreven. De Nederlander was...
Lees meer
Copyright vzw F1-Club - Contact